Mosselen van goede afkomst

Een begeleide fotowandeling rond overtuigend zakelijk communiceren

> meer info

Overbodige chaperon? Schrappen!

uitgummen

Wat is er toch mis met het woord ‘of’ als we het over twee of meer mogelijkheden hebben? Blijkbaar veel, als je ziet hoe vaak teksten dit fraaie woordje weren of het een hoogdraverige en overbodige chaperon meegeven.

Lees ik in een examenprocedure: ‘De kandidaten vernemen binnen de drie weken of ze al dan niet tot het examen worden toegelaten.’  Die ‘al dan niet’, heeft daar eigenlijk ooit wel eens een lezer om gevraagd? Het volstaat om te schrijven: ‘De kandidaten vernemen binnen de drie weken of ze tot het examen worden toegelaten.’

‘De organisatoren vragen of de CEO ja dan nee het congres zal toespreken.’ ‘Ja dan nee’, nog zo’n chaperon, schrappen dus. Net zoals ‘dan wel’: ‘De medewerker dan wel de ploegleider vult dit bestand aan.’ Gewoon ‘of’ van maken. En nu we toch bezig zijn: vervang al die ‘ofwels’ ook maar gelijk: ‘U kiest ofwel voor een korting ofwel voor een geschenk.’

Ook ‘en’ valt vaak het lot van ‘of’ te beurt. We blazen het vanwege zo kort op met de totaal overbodige ‘enerzijds-anderzijds’ chaperonwoorden.  ‘De bedrijven dienen hierbij rekening te houden met enerzijds hun eigen noden en anderzijds het regelgevend kader.’ Arme ‘en’ toch.


Heerlijk helder: download gratis heldere teksten

Header_HeerlijkHelderv3_2

Heerlijk Helder raast weer over het land. Daar zijn wij blij om, want we zijn hier ook erg mee bezig én we willen graag enkele heerlijk heldere teksten met u delen.

Neemt u even een kijkje op het elektronische prikbord https://padlet.com/jef_verheyen/heerlijkhelder? Daarop staan teksten van deelnemers aan onze schrijfopleidingen in een voor-en-na-versie. Uiteraard is die na-versie heerlijk helder.


Veelgemaakte communicatiefout: verzwegen argumenten

Foto Jef Trends

Naar jaarlijkse gewoonte probeerde het magazine Trends mij verleden week een abonnement aan te smeren. Weer met een gratis proefnummer, deze keer met op de nepcover de boodschap ‘Jef, maak indruk zonder je kaartje te tonen.’

Een boodschap om even over na te denken, want er zitten maar liefst drie hoogst betwijfelbare verzwegen argumenten in.

Ten eerste, dat je indruk kan maken door je visitekaartje te tonen. Misschien ontmoet ik niet de juiste mensen, maar het is me eerlijk gezegd nog nooit overkomen dat ik van mijn sokken geblazen werd bij het bekijken van een visitekaartje. Meer zelfs: ik neem die kaartjes aimabel in ontvangst, maar eigenlijk bekijk ik ze nauwelijks.

Het tweede verzwegen argument is nog interessanter: je kan indruk maken door pronkerig met Trends voor je borst rond te paraderen. Het zal aan mij liggen, maar als ik iemand zo zou zien lopen, ik zou me meteen afvragen of het tomatensoep is of koffie wat de man op zijn das heeft gemorst.

Derde verzwegen argument: we willen toch allemaal indruk maken? Pfffff.

Nu wil de ironie dat er daar bij Trends iemand rondloopt die voor een habbekrats een lading portefeuilles op de kop kon tikken. En daarvan krijg ik er eentje als ik snel beslis om me te abonneren.

Dan weet ik alvast waar ik mijn visitekaartjes kan stoppen die ik toch niet meer nodig heb.


Boodschap aangekomen

fiets meer

In een vroegere bijdrage schreef ik dat ik het zadelplaatje ‘Weer een auto minder’ maar niks vond. Dat zure opgeheven vingertje naar autobestuurders, daar pas ik voor.

En kijk: de boodschap is aangekomen. Voortaan staat de positieve boodschap ‘Weer een fiets meer’ op dat plaatje. Zo mogen ze er mij gerust eentje opsturen.


De betere menukaart: niet overzichtelijk, wel goed voor de business

menu-3

Een ietwat bijdehante restauranthouder weet hoe hij zijn kaart moet vormgeven.  En hij zal ze allerminst scanbaar en overzichtelijk maken. Want scanbaar en overzichtelijk, dat is niet goed voor zijn business.

Laten we het even uittesten: hieronder schotel ik u twee menukaarten voor. Bekijkt u even rustig wat de pot schaft op de eerste menukaart. En kies een gerecht uit dat u zint.

menu-1

U heeft beslist? Prima zo. De kans is groot dat u als omnivoor toch niet voor een vegetarisch gerecht heeft gekozen. De kans is ook groot dat u de prijs kent van het gerecht dat u net heeft gekozen. Meer zelfs: u liet zich misschien wel door die prijs leiden. Jammer voor de kok. Is die zo fier op zijn zeetong en staat hij daar de hele dag vol-au-vent op te warmen.

Daarom: vergeet even het gerecht dat u daarnet verkoos en bekijk de menukaart hieronder. De opdracht is dezelfde: u hoeft niet meer te doen dan een gerecht te kiezen. Het aanbod is hetzelfde trouwens, of toch min of meer.

menu-2

Het is u daarbij zeker opgevallen dat vooral de beschrijving van de betere gerechten er een pak op vooruit is gegaan. Terwijl de vol-au-vent en de spaghetti met groenten gewoon vol-au-vent en spaghetti met groenten blijven, is de risotto een pak appetijtelijker geworden met die mascarpone, oesterzwammen, wilde paddestoelen en die parmezaan erbij.

U heeft de eerste kaart verticaal gescreend. En dat in geen tijd. Terwijl u voor de tweede kaart uw tijd heeft genomen. U kon ook moeilijk anders dan ze horizontaal lezen.

Maar terug naar ons experiment. Heeft u uit de tweede kaart een andere keuze gemaakt? De kans is erg groot. Het zijn de frisse lentesla, de handgesneden frieten en bioboer Bertrand die dit bewerken: ze geven deze gerechten wat extra’s, ze voegen vertrouwen toe in de kwaliteit van de gerechten.

En liet u zich deze keer leiden door de prijs? Die kans is klein. U hoeft zich er niet voor te schamen, maar u koos toch wel voor een duurder gerecht zeker? En dat heeft niet enkel met de formulering te maken, ook met de positionering.

In de oorspronkelijke versie staan de vegetarische gerechten bijvoorbeeld onderaan, zo’n beetje vanuit het idee ‘vegetarisch, het is niet mijn ding, maar het wordt wel eens gevraagd’. Met de veggiegerechten vooraan maakt de zaak een statement: ook daarin zijn we goed. En er wordt veel meer vegetarisch besteld. Wat voor het restaurant niet eens een slechte zaak is: de marge op vegetarisch is groter.

Tot slot: de tweede versie verlegt de focus van de prijs naar het gerecht zelf. Ze maakt de prijsvergelijking moeilijker omdat de gerechten niet meer gerangschikt staan volgens de oplopende prijzen. Terwijl het oorspronkelijke menu uitnodigt tot prijskopen door de positionering van de prijzen.

Merk ook op dat in versie twee de duurdere gerechten telkens als eerste en laatste in het rijtje staan. Het effect laat zich raden: ze worden vaker besteld. Bovendien lijkt de prijs van de andere gerechten aardig mee te vallen als je de rij opent met een duur gerecht.

Nog een slimmigheidje in het tweede menu: door het euroteken te laten vallen, is de pijn van het betalen iets verder weg. En als de chef het helemaal goed wil aanpakken moet hij ook kortere prijzen hanteren. Want 33.00 is duurder dan 33.

 

 (Met dank aan Filip Nicasi – http://www.horecapartners.be)

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Liever geen informatie

spoed-groot__

Er zijn zo van die momenten dat je alleen je boeiende gedachteleven hebt om de tijd te doden. Je ligt bijvoorbeeld op de spoedafdeling te wachten tot de arts je brandwonden komt onderzoeken.

Je kijkt met een van pijn vertrokken gezicht wat rond en wat je ziet, geeft je niet veel redenen tot vrolijkheid. Messen, tangen, plakkers, verbanden, mondmaskers, iets wat op een stofzuiger gelijkt en een soortement boor. Helemaal te bar wordt het als je de poster op de deur ziet: ‘Acute behandeling van brandwonden’.

De schrik slaat je om het hart: je leest die poster en je realiseert je wat je te wachten staat. Er zal misschien wel arterieel bloedgas gebruikt worden in verband met oxyhemoglobine? Of een bronchoscopie met een flexibele bronchoscoop? Wie weet krijg je zelfs een verblijfscatheter met een urimeter om de urineproductie te controleren?

Man, man, je wil het allemaal niet weten.

Of erger: stel je voor dat de arts zo dadelijk na elke stap even moet gaan checken welke de volgende stap is? Zo’n beetje zoals de hobbykok die een nieuw recept gaat uitproberen. Die dokter die na elke stap een afdruk van een bebloede wijsvinger op de poster achterlaat, geruststellend is het allerminst.

Of nog erger: je ligt daar en je merkt dat de arts een van de stappen gewoon overslaat? Heb je dan het lef om te zeggen ‘Euh dokter, ik denk dat u iets vergeten bent?’ of ‘Dokter, zou u niet beter eerst even een maagsonde plaatsen?’ Je mag er niet aan denken dat je daar ligt af te zien en gelijk ook nog de kwaliteit over de geleverde prestaties gaat controleren.

Enfin. Zonder die poster zou je er een pak geruster op zijn en je in peis en vree kunnen overleveren aan je boeiende gedachteleven. De informatie mag dan we oké zijn, maar als je ze op de foute plek en het foute moment aanbiedt, doet ze meer kwaad dan goed. Doe mij dan maar een mooi zeezicht op die deur. Of een alpenlandschap. Desnoods een zigeunerin met traan.

spoed-klein_


Het totaalplaatje lezen

oog

Bij het bekijken van rapporten of nota’s die slecht zijn vormgegeven wordt ook u wel eens overvallen door een lichtdepressief ‘Waarom ik?’. De zin om te lezen vergaat u meteen. Gelukkig is het niet altijd kommer en kwel: een tekst die er goed uitziet, die bent u aan het lezen voor u er erg in heeft.

Zoveel is duidelijk: als het over teksten gaat, wil het oog niet zomaar wat. Het wil veel.

De vormgeving van uw tekst is immers een essentieel aspect in het overtuigingsproces. Als de vormgeving  een rommeltje is, maakt de lezer zich niet de bedenking ‘Dat is een rommeltje.’ Hij denkt ‘Dat is raprapwerk geweest.’ Zo moet het overtuigingsproces meteen van onder nul beginnen. Bij de tekst die fraai oogt, gebeurt het tegengestelde:‘Daarvan is werk gemaakt.’ Dat scheelt een slok op de borrel, want je creëert al meteen goodwill.

Daarom: bekijkt u uw volgende tekst na het schrijven eens even op 50 % tekstgrootte. Dan wordt hij onleesbaar en vallen visuele inconsistenties en slordigheden meteen op. De inhoud leidt u dan niet af en u kijkt naar het totaalplaatje. En dat is ook het eerste wat uw lezer doet.