Mosselen van goede afkomst

Een begeleide fotowandeling rond overtuigend zakelijk communiceren

> meer info

Liever geen informatie

spoed-groot__

Er zijn zo van die momenten dat je alleen je boeiende gedachteleven hebt om de tijd te doden. Je ligt bijvoorbeeld op de spoedafdeling te wachten tot de arts je brandwonden komt onderzoeken.

Je kijkt met een van pijn vertrokken gezicht wat rond en wat je ziet, geeft je niet veel redenen tot vrolijkheid. Messen, tangen, plakkers, verbanden, mondmaskers, iets wat op een stofzuiger gelijkt en een soortement boor. Helemaal te bar wordt het als je de poster op de deur ziet: ‘Acute behandeling van brandwonden’.

De schrik slaat je om het hart: je leest die poster en je realiseert je wat je te wachten staat. Er zal misschien wel arterieel bloedgas gebruikt worden in verband met oxyhemoglobine? Of een bronchoscopie met een flexibele bronchoscoop? Wie weet krijg je zelfs een verblijfscatheter met een urimeter om de urineproductie te controleren?

Man, man, je wil het allemaal niet weten.

Of erger: stel je voor dat de arts zo dadelijk na elke stap even moet gaan checken welke de volgende stap is? Zo’n beetje zoals de hobbykok die een nieuw recept gaat uitproberen. Die dokter die achter elke stap een afdruk van een bebloede wijsvinger achterlaat, geruststellend is het allerminst.

Of nog erger: je ligt daar en je merkt dat de arts een van de stappen gewoon overslaat? Heb je dan het lef om te zeggen ‘Euh dokter, ik denk dat u iets vergeten bent?’ of ‘Dokter, zou u niet beter eerst even een maagsonde plaatsen?’ Je mag er niet aan denken dat je daar ligt af te zien en gelijk ook nog de kwaliteit over de geleverde prestaties gaat controleren.

Enfin. Zonder die poster zou je er een pak geruster op zijn en je in peis en vree kunnen overleveren aan je boeiende gedachteleven. De informatie mag dan we oké zijn, maar als je ze op de foute plek en het foute moment aanbiedt, doet ze meer kwaad dan goed. Doe mij dan maar een mooi zeezicht op die deur. Of een alpenlandschap. Desnoods zelfs een zigeunerin met traan.

spoed-klein_


Het totaalplaatje lezen

oog

Bij het bekijken van rapporten of nota’s die slecht zijn vormgegeven wordt ook u wel eens overvallen door een lichtdepressief ‘Waarom ik?’. De zin om te lezen vergaat u meteen. Gelukkig is het niet altijd kommer en kwel: een tekst die er goed uitziet, die bent u aan het lezen voor u er erg in heeft.

Zoveel is duidelijk: als het over teksten gaat, wil het oog niet zomaar wat. Het wil veel.

De vormgeving van uw tekst is immers een essentieel aspect in het overtuigingsproces. Als de vormgeving  een rommeltje is, maakt de lezer zich niet de bedenking ‘Dat is een rommeltje.’ Hij denkt ‘Dat is raprapwerk geweest.’ Zo moet het overtuigingsproces meteen van onder nul beginnen. Bij de tekst die fraai oogt, gebeurt het tegengestelde:‘Daarvan is werk gemaakt.’ Dat scheelt een slok op de borrel, want je creëert al meteen goodwill.

Daarom: bekijkt u uw volgende tekst na het schrijven eens even op 50 % tekstgrootte. Dan wordt hij onleesbaar en vallen visuele inconsistenties en slordigheden meteen op. De inhoud leidt u dan niet af en u kijkt naar het totaalplaatje. En dat is ook het eerste wat uw lezer doet.


Over het beeld en de boodschap

autos

De week van de mobiliteit komt er weer aan. En daar hoort een affiche bij. Dit jaar is er dat eentje met een reuzegrote boom van auto’s op.

De tekst achterop opent met de scherpzinnige mededeling: ‘Mobiliteit is voor velen nog al te vaak synoniem van verplaatsingen met de auto.’

Voor de bedenkers van deze affiche is dat laatste ook het geval, lijkt me.


Uit het juiste vaatje tappen, graag

BetaalbaarDesign

Het was even opkijken, die advertentie die sprak van een volrijpe pils met schakeringen van mango en passievrucht. Mij lijkt het dat de tekstschrijver uit het verkeerde vaatje heeft getapt, want hij spreekt eerder de vinoloog dan de pilsliefhebber aan. Tenzij het natuurlijk gaat om een pils met een fruitige afdronk, een pils die mondvullend breed is met een verleidelijk sappige frisheid.

Ziet u het al voor zich, de advertentie voor een rood wijntje met een krachtige schuimkraag?

Het is als met dat betaalbaar design. Verkeerd adjectief en dus verkeerd argument. Want design kan beter strak of puur zijn. Zoals een villa beter exclusief dan gerieflijk kan zijn. Dat moet ik de makelaar van die villa een paar straten verder toch even zeggen, als ik hem nog eens tegen het lijf loop in onze genotvolle stamkroeg.


Overtuigend communiceren: een beetje meer lef a.u.b.

afbeelding lef

Gisteren hoor ik een spreker bij het begin van zijn presentatie aankondigen dat hij ‘zal trachten om dit concept zo duidelijk mogelijk toe te lichten’.

Oei oei, denk ik dan, als dat maar goed komt! Want er zit tweemaal twijfel in die aankondiging:

  • Als hij zegt dat hij zal proberen om dat concept toe te lichten is hij er zelf niet zeker van dat het hem gaat lukken.
  • En met ‘zo duidelijk mogelijk’ zegt hij dat helemaal duidelijk toch iets te hoog gegrepen zal zijn.

Een beetje meer lef mag dus wel.

Daaraan ontbreekt het ook in mails en brieven die eindigen met boodschappen als ‘Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over ons aanbod.’ Hoop doet leven, jawel, maar ik vind dat je ze beter schrapt, twijfelwoorden zoals denken, proberen, kunnen en hopen. Want om te overtuigen moet je zelf overtuiging uitstralen.

Met lef geschreven klinkt zo’n boodschap helemaal anders: ‘Zo heeft u een helder beeld van wat wij voor u kunnen betekenen.’

Hola, hoor ik u zeggen: daar staat toch nog een ‘kunnen’ te blinken? Inderdaad: we moeten nog wat verder gaan: ‘Zo heeft u een helder beeld van wat wij voor u zullen betekenen.’

Nu wil het geval dat ik dit voorbeeldje wel eens in mijn trainingen rond overtuigend adviseren gebruik. De passage over het heldere beeld krijg ik gemakkelijk verkocht. Maar het vervangen van ‘kunnen’ door ‘zullen’ is voor sommige deelnemers een brug te ver. Eigenaardig genoeg is hun bezwaar vaak dat dit ‘te Hollands’ is. Lef is Hollands, dus.

Anderzijds: veel schrijvers verdenken ook hun lezers  niet bepaald van lef wanneer ze schrijven ‘Als u nog vragen heeft, aarzel niet om contact met mij op te nemen.’ Waarom zouden die lezers in godsnaam moeten aarzelen? Zijn de schrijvers dan zo afschrikwekkend? Zullen ze bijten, misschien?

‘Als u nog vragen heeft, zal ik die met plezier beantwoorden.’  Dat moet daar staan.


Geachte Mevreer: welke aanspreking gebruikt u voor transgenders?

Foto transgender

Ik wist er niet meteen een antwoord op, op de vraag of je transgenders met mevrouw of mijnheer aanspreekt in brieven of mails. Gewoon Geachte + Voornaam + Familienaam leek mij nog niet zo’n slecht idee.

Gelukkig heb ik voor zo’n vragen een betrouwbaar adres waar ik altijd terecht kan: de Taaltelefoon. Zijn ze er daar al uit wat de transgenderaanspreking betreft? Leest u even mee.

Antwoord Voor zover wij weten, is er op dit ogenblik in het Nederlands geen specifieke aanspreekvorm voor transgenders die algemeen gangbaar is. Als u een algemene aanhef zoals Geachte heer, geachte mevrouw liever niet gebruikt, kunt u bijvoorbeeld een aanhef als Geachte + voornaam + achternaam gebruiken. Zo’n aanhef heeft als voordeel dat het geslacht van de aangesproken persoon daarin niet aan de orde is. Sommige transgenders verkiezen een aanspreekvorm met mevreer, maar in de praktijk is die vorm (nog) niet ingeburgerd.
Toelichting In de praktijk is over deze kwestie weinig informatie te vinden. In het Engels wordt de titel Mx gebruikt door verschillende overheidsinstellingen en andere organisaties. De titel is bijvoorbeeld ook in de online Oxford Dictionaries opgenomen: http://www.oxforddictionaries.com/definition/english/mx#nav2. Een vergelijkbare vorm voor het Nederlands is er volgens ons (nog) niet. Vooral in transkringen wordt er wel over alternatieve benamingen nagedacht. Zo wordt door sommige transgenders mevreer (ook wel: vreer) voorgesteld, een samensmelting van mevrouw en mijnheer, maar in de praktijk is die vorm (nog) niet erg ingeburgerd. Zie ook: www.standaard.be.

We hebben voor uw vraag ook contact opgenomen met het Transgender Infopunt. Ook daar heeft men op dit ogenblik geen weet van een algemeen gangbare aanspreekvorm in het Nederlands voor transgenders. Een aanhef zoals Geachte voornaam + achternaam is volgens het Infopunt wel bruikbaar. Dat is een combinatie van formele en informele elementen die we normaal gezien niet aanraden, maar die in deze context wel een oplossing kan bieden. Zie ook: http://www.taaltelefoon.be/brieven-en-e-mails-de-aanspreking.


Over de pr-waarde van uitschrijfmeldingen

uitschrijven-voor-e-mail

Kent u dat gevoel, dat u meer nieuwsbrieven in uw inbox krijgt dan u lezenderwijs aankan? Uitschrijven is dan de boodschap.

Ik deed dat gisteren nog. Ik schreef me uit van een meer dan degelijke maar mij iets te commerciële nieuwsbrief en kreeg volgende mededeling. ‘Wij noteerden dat u niet langer via e-mail op de hoogte wenst gehouden te worden van interessante aanbiedingen van XXXX.’

Dat hautaine toontje, dat kan tellen als stijlbreuk. Hoe dom kan een mens zijn als hij niet op de hoogte wenst gehouden te worden van onze interessante aanbiedingen? Slechte verliezers, denk ik dan. Terwijl ik nota bene wel klant ben en blijf.

Er schort wel vaker wat aan die uitschrijfboodschappen. Wat denkt u van de volgende? Hij komt van een bedrijf dat websites ontwikkelt. ‘We vinden het jammer dat je je hebt uitgeschreven. Hopelijk is het niet omdat je denkt dat je website niet beter kan.’ Los van het feit dat je dit tweemaal moet lezen voor je mee bent, krijg je ook nog een trap achterna. Want wij weten dat je website wel beter kan, ook al hebben we hem nog nooit bekeken.

Neen, voor mijn part kunnen uitschrijfbevestigingen beter kort zijn. ‘Je bent succesvol uitgeschreven.’ En vooral niet teveel aandringen: ‘Ben je zeker dat je onze nieuwsbrief niet meer wil ontvangen?’ Of: ‘Misschien wil je ons wel volgen via Twitter of onze nieuwe artikelen lezen via RSS?’ Die kans is klein.

Soms staat er in plaats van uitschrijven of opzeggen onderaan de nieuwsbrief ook wel eens een eigen vondst. Zoals het geïrriteerde adieu dat me in de mond gelegd wordt in ‘Ik wil nooit nog een mail van XXXX ontvangen.’

Zo hoog zit het me ook weer niet, jongens.