Mosselen van goede afkomst

Een begeleide fotowandeling rond overtuigend zakelijk communiceren

> meer info

Het Gentse circulatieplan in de media: gebeurde het zo?

Het is niet altijd gemakkelijk te weten wie je moet geloven. Ook niet als het over de media gaat. Lees even hoe het Gentse circulatieplan in het nieuws zat en merk dat zij niet hetzelfde vertellen:

  • Radio 1 (10.00): ‘Het Gentse circulatieplan levert op het eerste gezicht blijkbaar geen problemen op.’
  • destandaard.be (12.00): ‘Gents circulatieplan: eerste ochtendspits verloopt vlot.’
  • deredactie.be (14.00):’ Circulatieplan Gent is gestart, de verkeerschaos blijft uit.’
  • HLN.be (14.00): ‘Spookrijders bij de vleet.’

Hoe kwam dit nieuws tot stand? Een poging tot reconstructie.

Ik zit in mijn wagen. Het radionieuws van Radio 1 weet me om tien uur te vertellen dat het circulatieplan ‘op het eerste gezicht blijkbaar geen problemen oplevert.’

Op het eerste gezicht. Wat is dat voor een uitdrukking! Zie je het al gebeuren? Die in Gent residerende VRT-journalist groet ’s morgens de dingen, opent zijn venster, wrijft zich de slaap uit de ogen, kijkt de straat in en stuurt geeuwend een sms’je naar de redactie met de boodschap dat het op het eerste gezicht met het verkeer daar in Gent wel allemaal meevalt.

‘Zo, collegiaal toch alweer,’ klopt hij zich genoeglijk op zijn welgevulde marcelleke en hij gaat over tot de orde van de dag: zijn croissantjes. Tijdens het scheren, een paar uur later, hoort hij in het nieuws van tien uur dat het in Gent ‘blijkbaar’ geen problemen oplevert met het verkeer. Een diepe snee in zijn rechterkaak: wat staat die ‘blijkbaar’ daar gedomme te doen? Dan staat een mens al vroeg op om de collega’s in Brussel te van kraakvers nieuws te voorzien en dan geloven ze hem nog niet?

De collega van ‘deredactie.be’ zit op dat moment mistroostig op een terras zijn vierde koffietje te suikeren. Hij was er deze morgen als de kippen bij, om zes uur al. Want het zou daar de soep indraaien, vandaag in Gent. En een beetje rampjournalist spelen, daarvoor hoef je niet noodzakelijk in een vreemd bed te slapen.

Niet, dus. Na uren vergeefs wachten zit er niets anders op dan knarsetandend het bericht te posten: ‘Circulatieplan Gent is gestart, de verkeerschaos blijft uit.’ Waarna hij even Rudy Vranckx whatsappt of die geen tips heeft om zijn journalistieke leven wat peper in te blazen.

Daaraan heeft de correspondent van Het Laatste Nieuws geen behoefte: die moet nog even de kinders gaan droppen bij de bomma in centrum Gent – die stomme schoolvakanties ook altijd. Daarna de eindredactie bellen om wat lof te oogsten voor zijn artikel over de getrouwde miljonair die elke nacht het bed deelt met vier vrouwen, waaronder niet de zijne, en dan een interview met de man wiens jas in het wiel van Oliver Naesen verstrikt geraakte. Want die jas was volgens de webwinkelier nog van Lucien Van Impe geweest. Als dat geen scoop is!

Omdat het al zo laat is en omdat de straat nog leeg is en omdat de kinders elkaar met hun chocobokes zitten te bekogelen, besluit hij het laatste stukje te spookrijden. Nu kan dat nog, het is pas de eerste dag van het plan.

Dat is gerekend buiten de steward van AA Gent die is opgetrommeld om de Gentenaars het nieuwe plan mee uit te leggen. Die trekt net de voordeur achter zich dicht om zich naar de Vrijdagsmarkt te begeven, hoort de BMW – de bedrijfswagens bij De Persgroep zijn gene krot – vanuit de verkeerde richting komen aanscheuren, springt de straat op en krijst druk zwaaiend naar de journalist ‘Gij rijdt hier spook!’, ‘Gij rijdt hier spook!’

Piepende remmen en blikken van herkenning. De steward heeft de journalist ooit getipt over Hein Vanhaezebroucks voorkeur voor kiplasagna en zoiets schept een band. De steward lacht het spookrijden dan ook wat onhandig weg, journalisten moet je immers te vriend houden. ‘Je kan er gerust op zijn, dat er vandaag in Gent veel spook zal gereden worden, mijn gedacht.’

Dat doet bij de journalist een lichtje branden. Het sms’je naar de redactie is snel gestuurd. ‘Spookrijders bij de vleet’ verschijnt er een kwartiertje later op HLN.be.

 

 


Boodschap aangekomen

fiets meer

In een vroegere bijdrage schreef ik dat ik het zadelplaatje ‘Weer een auto minder’ maar niks vond. Dat zure opgeheven vingertje naar autobestuurders, daar pas ik voor.

En kijk: de boodschap is aangekomen. Voortaan staat de positieve boodschap ‘Weer een fiets meer’ op dat plaatje. Zo mogen ze er mij gerust eentje opsturen.


De betere menukaart: niet overzichtelijk, wel goed voor de business

menu-3

Een ietwat bijdehante restauranthouder weet hoe hij zijn kaart moet vormgeven.  En hij zal ze allerminst scanbaar en overzichtelijk maken. Want scanbaar en overzichtelijk, dat is niet goed voor zijn business.

Laten we het even uittesten: hieronder schotel ik u twee menukaarten voor. Bekijkt u even rustig wat de pot schaft op de eerste menukaart. En kies een gerecht uit dat u zint.

menu-1

U heeft beslist? Prima zo. De kans is groot dat u als omnivoor toch niet voor een vegetarisch gerecht heeft gekozen. De kans is ook groot dat u de prijs kent van het gerecht dat u net heeft gekozen. Meer zelfs: u liet zich misschien wel door die prijs leiden. Jammer voor de kok. Is die zo fier op zijn zeetong en staat hij daar de hele dag vol-au-vent op te warmen.

Daarom: vergeet even het gerecht dat u daarnet verkoos en bekijk de menukaart hieronder. De opdracht is dezelfde: u hoeft niet meer te doen dan een gerecht te kiezen. Het aanbod is hetzelfde trouwens, of toch min of meer.

menu-2

Het is u daarbij zeker opgevallen dat vooral de beschrijving van de betere gerechten er een pak op vooruit is gegaan. Terwijl de vol-au-vent en de spaghetti met groenten gewoon vol-au-vent en spaghetti met groenten blijven, is de risotto een pak appetijtelijker geworden met die mascarpone, oesterzwammen, wilde paddestoelen en die parmezaan erbij.Om te beginnen. U heeft de eerste kaart verticaal gescreend. En dat in geen tijd. Terwijl u voor de tweede kaart uw tijd heeft genomen. U kon ook moeilijk anders dan ze horizontaal lezen.

Maar terug naar ons experiment. Heeft u uit de tweede kaart een andere keuze gemaakt? De kans is erg groot. Het zijn de frisse lentesla, de handgesneden frieten en bioboer Bertrand die dit bewerken: ze geven deze gerechten wat extra’s, ze voegen vertrouwen toe in de kwaliteit van de gerechten.

En liet u zich deze keer leiden door de prijs? Die kans is klein. U hoeft zich er niet voor te schamen, maar u koos toch wel voor een duurder gerecht zeker? En dat heeft niet enkel met de formulering te maken, ook met de positionering.

In de oorspronkelijke versie staan de vegetarische gerechten bijvoorbeeld onderaan, zo’n beetje vanuit het idee ‘vegetarisch, het is niet mijn ding, maar het wordt wel eens gevraagd’. Met de veggiegerechten vooraan maakt de zaak een statement: ook daarin zijn we goed. En er wordt veel meer vegetarisch besteld. Wat voor het restaurant niet eens een slechte zaak is: de marge op vegetarisch is groter.

Tot slot: de tweede versie verlegt de focus van de prijs naar het gerecht zelf. Ze maakt de prijsvergelijking moeilijker omdat de gerechten niet meer gerangschikt staan volgens de oplopende prijzen. Terwijl het oorspronkelijke menu uitnodigt tot prijskopen door de positionering van de prijzen.

Merk ook op dat in versie twee de duurdere gerechten telkens als eerste en laatste in het rijtje staan. Het effect laat zich raden: ze worden vaker besteld. Bovendien lijkt de prijs van de andere gerechten aardig mee te vallen als je de rij opent met een duur gerecht.

Nog een slimmigheidje in het tweede menu: door het euroteken te laten vallen, is de pijn van het betalen iets verder weg. En als de chef het helemaal goed wil aanpakken moet hij ook kortere prijzen hanteren. Want 33.00 is duurder dan 33.

 

 (Met dank aan Filip Nicasi – http://www.horecapartners.be)

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Liever geen informatie

spoed-groot__

Er zijn zo van die momenten dat je alleen je boeiende gedachteleven hebt om de tijd te doden. Je ligt bijvoorbeeld op de spoedafdeling te wachten tot de arts je brandwonden komt onderzoeken.

Je kijkt met een van pijn vertrokken gezicht wat rond en wat je ziet, geeft je niet veel redenen tot vrolijkheid. Messen, tangen, plakkers, verbanden, mondmaskers, iets wat op een stofzuiger gelijkt en een soortement boor. Helemaal te bar wordt het als je de poster op de deur ziet: ‘Acute behandeling van brandwonden’.

De schrik slaat je om het hart: je leest die poster en je realiseert je wat je te wachten staat. Er zal misschien wel arterieel bloedgas gebruikt worden in verband met oxyhemoglobine? Of een bronchoscopie met een flexibele bronchoscoop? Wie weet krijg je zelfs een verblijfscatheter met een urimeter om de urineproductie te controleren?

Man, man, je wil het allemaal niet weten.

Of erger: stel je voor dat de arts zo dadelijk na elke stap even moet gaan checken welke de volgende stap is? Zo’n beetje zoals de hobbykok die een nieuw recept gaat uitproberen. Die dokter die achter elke stap een afdruk van een bebloede wijsvinger achterlaat, geruststellend is het allerminst.

Of nog erger: je ligt daar en je merkt dat de arts een van de stappen gewoon overslaat? Heb je dan het lef om te zeggen ‘Euh dokter, ik denk dat u iets vergeten bent?’ of ‘Dokter, zou u niet beter eerst even een maagsonde plaatsen?’ Je mag er niet aan denken dat je daar ligt af te zien en gelijk ook nog de kwaliteit over de geleverde prestaties gaat controleren.

Enfin. Zonder die poster zou je er een pak geruster op zijn en je in peis en vree kunnen overleveren aan je boeiende gedachteleven. De informatie mag dan we oké zijn, maar als je ze op de foute plek en het foute moment aanbiedt, doet ze meer kwaad dan goed. Doe mij dan maar een mooi zeezicht op die deur. Of een alpenlandschap. Desnoods zelfs een zigeunerin met traan.

spoed-klein_


Het totaalplaatje lezen

oog

Bij het bekijken van rapporten of nota’s die slecht zijn vormgegeven wordt ook u wel eens overvallen door een lichtdepressief ‘Waarom ik?’. De zin om te lezen vergaat u meteen. Gelukkig is het niet altijd kommer en kwel: een tekst die er goed uitziet, die bent u aan het lezen voor u er erg in heeft.

Zoveel is duidelijk: als het over teksten gaat, wil het oog niet zomaar wat. Het wil veel.

De vormgeving van uw tekst is immers een essentieel aspect in het overtuigingsproces. Als de vormgeving  een rommeltje is, maakt de lezer zich niet de bedenking ‘Dat is een rommeltje.’ Hij denkt ‘Dat is raprapwerk geweest.’ Zo moet het overtuigingsproces meteen van onder nul beginnen. Bij de tekst die fraai oogt, gebeurt het tegengestelde:‘Daarvan is werk gemaakt.’ Dat scheelt een slok op de borrel, want je creëert al meteen goodwill.

Daarom: bekijkt u uw volgende tekst na het schrijven eens even op 50 % tekstgrootte. Dan wordt hij onleesbaar en vallen visuele inconsistenties en slordigheden meteen op. De inhoud leidt u dan niet af en u kijkt naar het totaalplaatje. En dat is ook het eerste wat uw lezer doet.


Over het beeld en de boodschap

autos

De week van de mobiliteit komt er weer aan. En daar hoort een affiche bij. Dit jaar is er dat eentje met een reuzegrote boom van auto’s op.

De tekst achterop opent met de scherpzinnige mededeling: ‘Mobiliteit is voor velen nog al te vaak synoniem van verplaatsingen met de auto.’

Voor de bedenkers van deze affiche is dat laatste ook het geval, lijkt me.


Uit het juiste vaatje tappen, graag

BetaalbaarDesign

Het was even opkijken, die advertentie die sprak van een volrijpe pils met schakeringen van mango en passievrucht. Mij lijkt het dat de tekstschrijver uit het verkeerde vaatje heeft getapt, want hij spreekt eerder de vinoloog dan de pilsliefhebber aan. Tenzij het natuurlijk gaat om een pils met een fruitige afdronk, een pils die mondvullend breed is met een verleidelijk sappige frisheid.

Ziet u het al voor zich, de advertentie voor een rood wijntje met een krachtige schuimkraag?

Het is als met dat betaalbaar design. Verkeerd adjectief en dus verkeerd argument. Want design kan beter strak of puur zijn. Zoals een villa beter exclusief dan gerieflijk kan zijn. Dat moet ik de makelaar van die villa een paar straten verder toch even zeggen, als ik hem nog eens tegen het lijf loop in onze genotvolle stamkroeg.